freddy hentzen (1959)


Ik teken al mijn hele leven. Dit heeft geresulteerd in schetsboekjes vol met tekeningen die ik vanaf mijn 14e maakte tijdens vakanties. Na het volgen van losse workshops en cursussen in diverse technieken en door mijn werk bij een uitgeverij op de afdeling vormgeving nam ik de beslissing om van 1988 tot 1993 lessen te gaan volgen aan de Wackers Academie te Amsterdam. Hier kreeg ik onder meer les van Sam Drukker en Frank Leenhouts. In 1993 studeerde ik af met een serie olieverfschilderijen met als onderwerpen kopjes en scheepstouwen. De examencommissie, bestaande uit onder meer Toine Moerbeek en Hans Baeyens, omschreef mijn werk als een gesloten wereld waarin de objecten een existentiële aanwezigheid hebben.

In de afgelopen jaren heb ik mij in mijn vrije werk toegelegd op acrylschilderijen met diverse thema’s. De voorstudies hiervoor maak ik in aquarel en pastelkrijt op papier. Inspiratiebronnen zijn modeltekeningen, foto’s en kleine schetsjes, die ik maak tijdens mijn reizen, zomaar onderweg of in mijn dagelijks leven. Er is iedere dag wel een moment waarop mijn oog valt op iets dat het vastleggen waard is. Een snel klein schetsje in een boekje dat ik altijd in mijn tas heb zitten is dan zo gemaakt. Later zijn deze schetsjes een leuke inspiratiebron voor een schilderij.

De natuur en mijn eigen omgeving is altijd een grote bron van inspiratie. Niets is zo groots als de diversiteit in de natuur en de kleurenpracht van ieder moment van de dag in de verschillende jaargetijden of een klein element uit het dagelijks leven. Uitvergroot krijgen deze zaken een eigen dimensie.

Grote inspirators uit de kunstgeschiedenis voor mij zijn Claude Monet en Paul Cézanne. Ook bewonder ik de opvallende compositiekeuze en vaardigheid in materiaal van Edgar Degas en de Helga aquarellen en schetsen van Andrew Wyeth.